
Op 15 oktober trekt de Brusselse sector voor dak- en thuislozen door de straten van de negentien gemeenten om het aantal mensen zonder thuis en slecht gehuisveste mensen te tellen. Twee weken na het Brusselse begrotingsconclaaf bestaat er nog steeds onduidelijkheid over de financiering van het dak- en thuislozenbeleid. In die context klagen BICO en AMA, de Brusselse federaties voor hulp aan dak- en thuisloze mensen, de besparingsmaatregelen aan die de organisaties op het terrein de voorbije maanden te verduren kregen. Samen verzetten ze zich tegen elke vorm van besparing in een sector waar de noden net almaar toenemen.
Gaan we over de grens van 10.000 mensen die in de straten van de hoofdstad rondzwerven?
Bij de laatste telling, in november 2024, werden in Brussel 9.777 mensen zonder thuis geteld, een stijging met 25 % tegenover 2022. Onder hen waren 1.678 kinderen.
Deze cijfers zijn niet zomaar statistieken. Ze vertellen verhalen over mensenlevens, over gezinnen zonder uitweg en over mensen die de nacht doorbrengen op straat, in hun wagen of in precaire opvangsituaties. Ze mogen niet louter statistieken blijven, maar moeten het overheidsbeleid helpen afstemmen op de realiteit.
Hoewel het nog enkele maanden zal duren voor de cijfers van 2026 bekend zijn, is de paradox nu al duidelijk: hoe kunnen we dakloosheid bestrijden terwijl tegelijkertijd wordt bespaard op de middelen van de verenigingen op het terrein ?
Brussel snijdt in zijn laatste vangnet, en ook in wat voorkomt dat mensen erin vallen
Deze zomer kregen heel wat verenigingen al te maken met een toenemend aantal aanvragen en met steeds complexere situaties van extreme armoede en dak- en thuisloosheid. Net toen vernamen verschillende van hen dat hun subsidies voor 2026 verlaagd of zelfs geschrapt werden. Die
financiering was nochtans al niet geïndexeerd tijdens de lange periode van lopende zaken die het Brussels Gewest heeft doorgemaakt. Toch bleven de verenigingen hun opdrachten vervullen, soms door zelf de bedragen voor te schieten die nodig waren om hun werking voort te zetten.
De gevolgen zijn heel concreet: de sluiting van een onthaalhuis voor 34 mannen, minder begeleidingen, bedreigde projecten voor de bewoning van leegstaande woningen, een tiental banen die verdwijnen. In sommige gevallen staat zelfs het voortbestaan van verenigingen op het spel.
Dak- en thuisloosheid bestrijden betekent ook ingrijpen op alles wat kan voorkomen dat situaties verslechteren en mensen op straat belanden.
Toegang tot betaalbare huisvesting, toegang tot rechten, het essentiële werk van de OCMW’s, preventie, sociale begeleiding en gezondheid vormen
stuk voor stuk beschermingsmechanismen tegen dak- en thuisloosheid.
Maar ook deze zomer werd er drastisch bespaard binnen het Globaal Veiligheids- en Preventieplan (GVPP): 14 van de 39 projecten werden stopgezet. Nochtans zijn die initiatieven essentieel in het preventiebeleid. Ze gaan naar de mensen die het verst van de hulpverlening af staan, onderhouden
sociale relaties en voorkomen dat situaties ontsporen of op straat nog complexer worden.
Dezelfde vaststelling geldt voor huisvesting: op een moment dat de huurprijzen onbetaalbaar zijn geworden, heeft de regering de financiering van initiatieven voor de realisatie van betaalbare woningen verminderd en wil ze sociale woningen verkopen.
Ondertussen laat de federale regering Brussel in de steek
Bovenop deze verzwakking op gewestelijk niveau komt nog die waartoe de Arizonaregering besliste.
Na de aankondiging in september 2025 dat de federale steun aan het winteropvangplan zou worden stopgezet, waarmee van november tot maart opvangplaatsen in vijf Belgische steden worden gefinancierd, komt nu ook de Brussels Deal in gevaar.
Dit akkoord werd in 2022 gesloten als antwoord op de opvangcrisis en het tekort aan plaatsen binnen het Fedasil netwerk. Dankzij dit akkoord konden 2.000 mensen in Brussel worden opgevangen en begeleid. Deze zomer kondigde de minister van Asiel en Migratie aan dat in september 1.000 plaatsen zouden worden geschrapt. Onlangs voegde ze daaraan toe dat tegen januari mogelijk nog eens 1.000 plaatsen zouden verdwijnen waardoor de volledige opvangregeling zou worden stopgezet.
Achter deze cijfers gaat dus zowel een realiteit schuil van mensen die zonder oplossing achterblijven als van professionals die hun job verliezen. Door te weigeren op te treden binnen haar eigen bevoegdheden, laat de federale regering Brussel het risico lopen op een echte humanitaire crisis, zoals we die in 2015 in het Maximiliaanpark gekend hebben.
De telling zal uitwijzen hoeveel mensen geen thuis hebben. De begroting zal tonen welk belang ons beleid aan die realiteit hecht.
Op maandag 5 oktober schoof minister-president Boris Dilliès bij de voorstelling van de begroting 2027 in het Brussels Parlement drie prioriteiten naar voren op het vlak van dak- en thuisloosheid: geen kinderen op straat, welzijns- en gezondheidswerk op straat, en meer veiligheid, onder meer rond de stations. Maar wat is het globale plan, en welke middelen krijgt het om die prioriteiten daadwerkelijk uit te voeren?
15 oktober wordt dus de dag van de cijfers. Enerzijds die van de mensen zonder thuis, wier aantal in de straten van de hoofdstad blijft stijgen. Anderzijds die van de federale en gewestelijke begrotingen, van de aangekondigde besparingen en van de middelen die de regeringen al dan niet zullen vrijmaken voor deze realiteit.
Hoeveel kinderen zullen nog op straat moeten slapen voor de urgentie ten volle erkend wordt? Hoeveel gezinnen zullen nog geweigerd moeten worden voor men toegeeft dat het opvangaanbod niet langer opgewassen is tegen de noden? Gaat men nieuwe voorzieningen oprichten op het moment dat men de bestaande, die hun waarde bewezen hebben, verzwakt of afschaft? En vooral: kan men ernstig beweren dak- en thuisloosheid aan te pakken door vooral in te zetten op veiligheid rond de stations, terwijl de oorzaken ook, en in de eerste plaats, te maken hebben met huisvesting, bestaansonzekerheid en gezondheid?
Dak- en thuisloosheid is geen begrotingspost waarop naar believen kan worden bespaard. Het is een politieke keuze.
